Opiniestuk Friesch Dagblad: Rubbergranulaat op kunstgrasvelden is stort

Het verwerken van rubber autobanden naar granulaat voor kunstgrasvelden is een verkapte vorm van stort in het milieu. Er verdwijnt te veel vanaf de sportvelden naar de omgeving.

In de afgelopen tien jaar vonden zo’n 34 miljoen gebruikte autobanden hun weg naar tweeduizend Nederlandse kunstgrasvelden. Het gaat om bijna twintigduizend autobanden per veld, die worden vermalen tot kleine korreltjes om het veld beter bespeelbaar te maken. De rubberballetjes gaan in de kleren en schoenen van de kinderen mee naar huis en verspreiden zich over de omgeving.

Zo verdwijnt elk jaar vijfhonderd kilo per veld in het milieu. Deze korreltjes zijn microplastics en vergaan niet; ze stapelen zich op in ons ecosysteem. Bovendien vervuilt rubbergranulaat de grond met zink en andere metalen. We hebben van een voelbalveld een vuilnisbelt gemaakt en laten onze kinderen daarop spelen.

We beogen een duurzame economie en hebben de mond vol van recycling, hergebruik en circulaire economie. Maar wat hier gebeurt met de autobanden is geen recycling, maar pure stort. Immers, de korreltjes breken niet af, maar ‘verdwijnen’ via kunstgrasvelden in ons milieu.

Ooit kon men met autobanden geen kant meer op. We herinneren ons wel de autobandkerkhoven op industrieterreinen of langs snelwegen. De banden mochten niet worden verbrand of wat dan ook maar, vanwege de giftige stoffen die dan vrijkomen. Totdat de autobandenbranche op het idee kwam de banden te vermalen tot korrels voor kunstgras. Zo kan de branche via kunstgras haar afval storten.

‘Praktisch verwaarloosbaar’

Eind vorig jaar deed het RIVM onderzoek naar de risico’s voor de volksgezondheid van het vermalen rubber op kunstgrasvelden. Zij kwam daarbij tot de conclusie dat het risico voor de volksgezondheid praktisch verwaarloosbaar was. Dat is mooi, want dat betekent dat er geen acute gevaren voor de volksgezondheid zijn te verwachten. Daarbij kwam het RIVM met de opmerkelijke aanbeveling om de norm voor rubbergranulaat bij te stellen naar een norm die dichter in de buurt ligt van de norm voor consumentenproducten.

We kunnen hieruit concluderen dat het RIVM een hoger beschermingsniveau wenselijk vindt. Ze pleit voor het aanscherpen van de regels. De achtergrond hiervan is, zoals blijkt uit documenten die de Volkskrant heeft opgevraagd bij het ministerie van Infrastructuur en milieu, dat Nederland aanvankelijk nieuwe, strengere regels wilde bepleiten bij de Europese Commissie. Dit pleidooi kon volgens ambtenaren worden onderbouwd door de reels van de Wereldvoetbalbond FIFA. Echter, door een stevige lobby door de bandenbranche in Nederland en Europa en op verzoek van de Europese Commissie trok Nederland haar pleidooi voor strengere eisen in. Doordat de normen niet werden verzwaard bleef de productie en aanleg van de gebruikelijke kunstgrasvelden doorgaan.

De FIFA is inmiddels wakker geworden. Zij heeft een Engels onderzoeksbureau aangesteld om de impact van kunstgras op het milieu te onderzoeken. Er zal gericht onderzoek gedaan worden naar infill, naar het jaarlijks bijvullen van de velden met rubbergranulaat. Uit recent Noors onderzoek blijkt dat alleen al in Noorwegen jaarlijks drieduizend ton microplastics in het milieu terechtkwam.

Wij vinden dat het gebruiken van versnipperde autobanden als vulmateriaal op kunstgrasvelden geen goed idee is en nooit een goed idee geweest is.

We moeten van de stort van autobanden via kunstgras af en wel zo snel mogelijk!