In de Gemeente Tytsjerksteradiel bevinden zich 70 niet meer gebruikte ondergrondse olietanks. Deze zijn in particulier bezit en er bestaat een risico dat deze olietanks gaan lekken en bodemverontreiniging veroorzaken. Het onschadelijk maken kost maximaal 4000 euro per tank

In 2009 is afgesproken dat de gemeente 96.000 euro beschikbaar stelt om eigenaren tegemoet te komen in de kosten (maximaal 2000 euro per tank). Er werd toen van uitgegaan dat het opruimen een landelijke verplichting was. Van een verplichting is echter geen sprake, zodat het college van B en W de raad op 17 juni 2010 een regeling voorlegde waarbij per tank nog maar 225 euro wordt gegeven, deze regeling kost ruim 21.000 euro in plaats van 96.000 euro en het niet gebruikte bedrag zou dan in de algemene reserve worden gestort.

Voor GrienLinks maakt het niet uit of het een verplichting is of niet om een olietank onschadelijk te maken. Het gaat ons erom dat een potentieel risico op bodemverontreiniging wordt opgeheven. Ook als deze mogelijke bodemverontreiniging zich voordoet in particuliere grond. Als de bodemverontreiniging zich voordoet zijn de kosten van opruimen veel en veel groter, waarbij bovendien het risico groot is dat het niet alleen de grond van de particulier treft maar ook het grondwater. Uitgezonderd Gemeentebelangen en ChristenUnie gingen de andere partijen niet in ons standpunt mee. Wel zegde de wethouder nog toe door middel van de hardheidsclausule ruimhartiger te zijn als het gaat om olietanks in het waterwingebied.