In de begrotingsvergadering stelde ik aan de orde of mensen met beperkingen niet anders aan werk kunnen worden geholpen dan tot nu toe wordt gedaan door Caparis.

Caparis is een organisatie welke in het leven is geroepen door acht gemeenten om mensen met beperkingen aan werk te helpen (dit op grond van Wet Sociale Werkvoorziening, WSW). Al zolang Caparis bestaat zijn er financiële problemen en zijn er wachtlijsten waardoor mensen jarenlang op een passende werkplek moeten wachten.

Ook de gemeente moet in het kader van de Wet Werk en Bijstand mensen aan het werk helpen, het gaat hierbij vaak ook om mensen, die een grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt. De gemeente schakelde tot voor enkele jaren reïntegratiebedrijven in, dit met  wisselend succes. Uit een recente notitie van de gemeente blijkt dat de gemeente door eigen werkconsulenten wel succesvol is in het doorgeleiden naar werk. Dit bovendien tegen relatief geringe kosten.

Dit leidde in onze fractie tot het idee om te onderzoeken (door middel van een quick-scan) of het niet beter is om WSW-werknemers via de gemeente naar passend werk te leiden en dus niet meer via Caparis.

De reactie van (vooral) CDA en PvdA was furieus (kort gezegd): hoe GrienLinks het in het hoofd haalde om aan de positie van Caparis te tornen. Caparis heeft het moeilijk en moet gesteund worden.

Ik reageerde daarop dat voor mij het belangrijkst is dat mensen met beperkingen goed en zo snel mogelijk naar passend werk worden geholpen. Dat de financiën ook belangrijk zijn, maar niet het belangrijkst. En dat het doel niet mag zijn om een instituut als Caparis in stand te houden, Caparis is een middel, geen doel op zich. Uit de furieuze reactie om  zelfs geen studie  te willen, blijkt dat er dus een taboe ligt op een andere aanpak. Een motie welke klaar lag om in te dienen heb ik achterwege gelaten, er was toch geen meerderheid voor…..