Verklaring over de verkiezingsuitslag en de collegevorming op 15 april in de raadsvergadering door Dirk van der Wal uitgesproken:

De verkiezingsuitslag was beter dan we hadden verwacht, wij hadden verwacht twee zetels te houden en niemand van ons, behalve een enkel kandidaat-raadslid, had gedacht aan drie zetels.

De raadszetelverhouding kent iedereen wel, maar in absolute getallen is de verschuiving nog veel duidelijker: voor een zetel zijn 639 stemmen nodig, het CDA/PvdA college ging van 14 naar 10 zetels en verloor in vergelijking met 2006 maar liefst 2727 stemmen en dat is nog een stuk meer dan 4 zetels.

De winst van FNP is verder duidelijk: van 3 naar 5 zetels, maar absoluut zijn het in vergelijking met 2006 595 stemmen erbij, bij een kiesdeler van 639 dus in 2006 een dikke 3 zetels en nu een magere 5. Dus de verschuiving naar de FNP lijkt groter dan het is.

D66 is na de FNP in stemmen de grootste stijger met 561 stemmen, maar heeft dus net niet de 639 gehaald. Jammer, want D66 staat dicht bij ons, wij hadden niet voor niets een lijstverbinding en wij denken dat deze stemmen –als D66 niet had meegedaan- voor een groot deel bij GrienLinks terecht waren gekomen.

De VVD is van 2 naar 3 zetels gegaan en heeft 230 stemmen meer gekregen dan in 2006, dus ze hadden een ruime 2 en nu 3.

En dan GrienLinks dus, 371 stemmen meer en dat is 28% meer stemmen dan 2006 dus in percentage de grootste stijger (FNP + 25,9 %, VVD + 15,6 %, CDA -20,2%, PvdA -42,9 %).

Voor de verkiezingen hadden we niet gedacht om zelfstandig een wethouder te kunnen leveren, we hadden gedacht aan een wethouder te leveren door meer –wat toen nog waren- oppositiepartijen. Maar gelet op de verkiezingsuitslag ontstond ineens de mogelijkheid om zelfstandig een wethouder te leveren.

In een steeds groter wordend aantal gemeenten doet GrienLinks mee in colleges, in Utrecht zijn we nota bene de grootste partij geworden. Ook op landelijk niveau is het meer dan ooit de bedoeling om mee te regeren. Dus Tytsjerksteradiel moet dan toch ook kunnen?

Eerst even een zijstap wat betreft de collegevorming: de vergaderingen over de collegevorming zijn niet in het openbaar geweest. Het is meer dan een stokpaardje voor GrienLinks dat vergaderingen waarbij alle partijen betrokken zijn in het openbaar plaatsvinden. Dit gebeurt in vele gemeenten ook, iedereen kan dan controleren wat we doen, of er spelletjes worden gespeeld, of er goed onderhandeld wordt of niet. We hebben het over het openbaar bestuur, we doen het voor de burgers dus voor de burger moet het transparant zijn. Hier komt bij dat wat ik nu namens GrienLinks zeg over de collegevorming onze visie is en anderen zullen een andere visie hebben, maar hoe kan de burger nu controleren wie er gelijk heeft?
Dus laten we afspreken voortaan de plenaire vergaderingen over de collegevorming in het openbaar.

In de eerste vergadering spraken alle partijen zich uit voor een breed college. Breed is voor ons een college met zoveel mogelijk partijen, die nog samen kunnen werken. Een breed college had voor ons moeten bestaan uit CDA, PvdA, FNP en GrienLinks. Dat is het dus zonder GrienLinks geworden.

Waarom vinden we dat wij in het college hadden moeten zitten?

Daar speelt natuurlijk een stuk partijbelang, wij gaan er vanuit dat wij het meeste kunnen bereiken als wij in het college zitten, dan vorm je het dagelijks bestuur en niet het zo’n beetje “een keer in de maand bestuur” van de raad. Bij informateur Benedictus hebben wij dan ook letterlijk het volgende aangegeven:

Waarom is de CDA/PvdA/FNP/GrienLinks combinatie ideaal?
1. het is een zeer brede coalitie (18 zetels) en is conform de opdracht;
2. geen enkele partij overheerst, een partij kan gemist worden om een meerderheid te bereiken maar zal meewerken om in het college te blijven. Belangrijk om hierbij op te merken dat in T-diel college en raad altijd duaal met elkaar omgaan, de discussie vindt plaats in de raad en akkoordjes vooraf zijn zeldzaam, waar is het mogelijk dat de oppositie het college steunt en de collegepartijen dit juist niet doen (financiering BOSL)?
3. Er is een evenwicht tussen de partijen. Het is niet het oude college van CDA en PvdA waar één partij aan wordt geplakt om nog aan een meerderheid te komen, het is een combinatie van de oude twee collegepartijen en twee nieuwe;
4. Verder is er evenwicht tussen de partijen in hun standpunten over belangrijke onderwerpen, bij voorzieningen/minima trekken PvdA/GrL vaak gelijk op. Op het gebied van de groene ruimte vinden FNP en GrL elkaar. Wat betreft woningbouw in kleine dorpen lijken de standpunten van CDA en FNP op elkaar, wat de aanpak van de financiën (rekeningoverschot, reserves) staan FNP en GrL dicht bij elkaar;
5. De verschillen tussen de partijen zijn overbrugbaar, het heikele punt van de Centrale As is oplosbaar: FNP en GrienLinks accepteren dat het politieke besluit van de raad al genomen is en zullen niet aansturen op heroverweging, dit is anders als door een externe oorzaak zoals dat Provinciale Staten kiest voor een andere As of de Raad van State negatief oordeelt over de Centrale As dan zal er vanzelfsprekend opnieuw naar de kwestie moeten worden gekeken, dit is ook geheel in overeenstemming met de overeenkomst van 5 maart 2007 van de gemeenten en de provincie (met name artikel 24);
6. Last but not least: het doet recht aan de verkiezingsuitslag;

Waarom niet gelukt?

Op een gegeven moment ging het vooral om twee opties: een vierpartijencollege (CDA, FNP, PvdA en GrienLinks) met 4 wethouders (in totaal 3,2 fte) of een 3 partijencollege (CDA, FNP en PvdA) met 3 full-time wethouders. FNP en GrienLinks hadden een duidelijke voorkeur voor een vierpartijencollege, om reden van de breedst mogelijke werkbare combinatie en een evenwicht op verschillende items tussen de partijen, niet simpelweg het oude college waaraan een partij is geplakt. Het CDA en de PvdA gingen voor het driepartijencollege om reden van voortzetting bestaand beleid en continuïteit.

Bij het vierpartijencollege stelden FNP en GrienLinks zich op het standpunt dat de wethouders als volgt  moesten worden verdeeld: CDA 1; FNP 1, PvdA 0,6 en GrienLinks 0,6. Dit om recht te doen aan de verkiezingsuitslag: CDA -1; FNP +2; PvdA -3 en GrienLinks +1.
Eerst wierp de PvdA een blokkade op door voor minimaal 0,8 wethouder te gaan. Vervolgens wilde ook de FNP beslist één wethouder leveren. Terwijl voor iedereen een hard punt was dat 3,2 fte het maximum aantal wethouders zou moeten zijn. Pogingen van mij om beide partijen in beweging te krijgen mislukten. Een door mij voorgestelde optie was PvdA 0,7 en FNP 0,9. Dit bleek voor beiden om financiële redenen van de kandidaat-wethouders onbespreekbaar.

Zoals gezegd was essentieel dat de FNP zich sterk zou blijven maken voor een vierpartijencollege. Naar mijn mening veel te snel en te makkelijk ging de FNP echter overstag en koos alsnog voor het drie partijencollege van CDA, FNP en PvdA met elk één full-time wethouder. Men wilde beslist in het college en er was angst dat het CDA en de PvdA alsnog in zee zouden gaan met de VVD. Deze angst beschouw ik echter als irreëel: op het belangrijkste punt van de komende vier jaar (voorzieningen/lasten burger) neemt de VVD in de raad een uitzonderingspositie in, de VVD stelt al jaren de lage lasten burger centraal en heeft dit de inzet gemaakt voor de verkiezingen, terwijl alle andere partijen het behoud van de voorzieningen voorop stellen. Een college-akkoord met de VVD is daarom onmogelijk te maken.

Samenvattend, het individuele belang van de –toen nog- potentiële wethouders om voor full-time (FNP) of minstens 0,8 (PvdA) te kiezen en een onterechte angst bij de FNP over collegedeelname door de VVD heeft het onmogelijk gemaakt dat GrienLinks tot het college toetrad.

En daar komt nog bij dat in het college-akkoord vrijwel geheel het door GrienLinks geformuleerde standpunt (“externe oorzaak”) over hoe bestuurlijk om te gaan met de Centrale As is overgenomen. Dit terwijl de FNP volgens de eerste verslagen een veel harder standpunt hierover innam (“elke kier gebruiken om te heroverwegen”) en daarmee niet in het college was gekomen. Met hulp van GrienLinks is het de FNP gelukt om in het college te komen, maar vervolgens is door het FNP standpunt over het full-time wethouderschap en de irreële angst voor de VVD GrienLinks buiten het college gehouden. Dat is pijnlijk……

Wat nu?

Gaan wij nu vier jaar lang zitten mokken: “stomme PvdA”, “stomme FNP”?

Natuurlijk niet! Het proces van collegevorming is gelopen zoals het gelopen is, hopelijk worden er lessen uit gehaald voor een volgende keer. Wij gaan de komende vier jaar mei “fleur en faasje” aan de slag met de politiek, met drie zetels en een veranderende persoonlijke samenstelling. Van dit college verwachten wij een transparante wijze van optreden zodat de belangrijke keuzes volledig bij de raad worden neergelegd.